
Opleiding aan Nimeto Utrecht, richting Decorateur (1976–1980). Daarna grotendeels autodidactisch werkzaam als kunstenaar.
Van 1984 tot 1998 exposeerde Koos van Leeuwen regelmatig in diverse galerieën in Nederland. Daarnaast realiseerde hij meerdere monumentale muurschilderingen en opdrachten.
Vanaf 2000 kwamen de artistieke activiteiten tijdelijk op een lager pitje te staan, onder meer door gezinsleven en werkzaamheden in de zorg. In deze periode ontstonden nog enkele kortdurende actieve fases, die onder andere resulteerden in zelfstandig georganiseerde exposities.
Sinds 2016 beschikt hij opnieuw over een eigen atelier. Vanuit deze hernieuwde periode van intensief werken ontstond een monumentale interpretatie van de veertien kruiswegstaties, geïnspireerd op de staties die vaak in katholieke kerken aanwezig zijn.
Centraal in het werk staan mensen, hun emoties en gedragingen, en de omgeving waarin zij zich bevinden. Veel beelden vinden hun oorsprong in persoonlijke ervaringen. Soms zijn de voorstellingen direct herkenbaar, maar steeds vaker worden abstracte vormen toegepast waardoor veel wordt gesuggereerd en ruimte ontstaat voor de verbeelding van de kijker.
De schilderijen kenmerken zich door een vrije, losse schilderstijl met zachte kleuren en sterke tegenstellingen: dekkend tegenover transparant, rustig tegenover expressief, monumentale vlakken naast verfijnde details. Vele lagen en vormen worden over elkaar heen geschilderd, waarbij toeval een belangrijke rol speelt in het ontstaan van het uiteindelijke beeld.
Koos van Leeuwen werkt met een combinatie van pastelkrijt en acrylverf, die vaak in elkaar overlopen. Hierdoor ontstaat een afwisseling tussen getekende en geschilderde elementen.
De meeste werken worden uitgevoerd op doek, dat eerst op een paneel wordt gespannen en na voltooiing op een spieraam wordt geplaatst. Hij werkt bij voorkeur op grote formaten tussen één en twee meter.
